Archief‎ > ‎Promoties‎ > ‎

Promotie Koenraad Du Pont

‘Proprio così...’. I diari di guerra di Ardengo Soffici (co)stretti tra arte e storia
Koenraad Du Pont (Katholieke Universiteit Leuven / VLEKHO Brussel)
Promotor: Franco Musarra
Verdedigd op: 4 september 2007

Samenvatting:
De thesis beoogt de betekenis van Soffici’s oorlogsdagboeken (1917-1920) als een daad van historische zingeving te verhelderen. De inleiding biedt een status quaestionis aangaande de betekenis van de eerste wereldoorlog voor Soffici en de Italiaanse intellectuelen. Tevens wordt ingegaan op de positie van oorlogsliteratuur en oorlogsdagboeken tijdens de oorlogsjaren en de jaren erna. Vervolgens wordt de spanning belicht tussen enerzijds het archetypische beeld van het dagboek als een op zichzelf staand genre, gekenmerkt door onmiddellijkheid, individualiteit en intimiteit, en anderzijds een heteronome invalshoek die aan het genre historische, ideologische, epistemische, therapeutische, ethische, esthetische of andere functies toekent.
De eigenlijke analyse wordt voorafgegaan door een reconstructie van de genese van de drie dagboeken en staat achtereenvolgens stil bij de aanwezigheid van de oorlog, het beeld van de andere, de vormgeving van het landschap en verwijzingen naar kunst en literatuur. Tenslotte wordt ingegaan op het zelfbeeld van de schrijver op een aantal verteltechnische aspecten. Het onderzoek toont aan hoe Soffici’s oorlogsdagboeken steeds strategisch gepland, gericht op publicatie en tot op zekere hoogte gereconstrueerd blijken te zijn. Kobilek en La ritirata del Friuli vormen een eerste variant waarin de keuze van het dagboek zich laat verklaren door het verlangen de ideologische ondertoon en de systematische manier waarop hieraan vorm is gegeven, te verbergen achter een scherm van authenticiteit en onmiddellijkheid. Bovendien stellen de precieze eigenschappen van de dagboekschriftuur de oorlog voor als het fundament van een nieuw te bouwen samenleving waarin de intellectueel een bijzondere positie inneemt. Deze analyse biedt eveneens een verklaring voor de stijlbreuk tussen beide dagboeken (de zogenaamde ‘ritorno all’ordine’). In Errore di coincidenza toont zich een tweede variant, waarbinnen de keuze van het dagboek eerder een esthetische en kennisfunctie toebedeeld krijgt: door een aantal opeenvolgende zelfportretten vast te leggen, reflecteert de auteur op de verandering die de oorlog in zijn artistieke persoonlijkheid teweeg heeft gebracht.

Riassunto:
Sebbene il progetto diaristico (Kobilek,1917; La ritirata del Friuli, 1919 e Errore di coincidenza, 1920) sia inteso a difendere la figura dell’intellettuale-artista, si rivela in esso un’importante misura d’eteronomia, nel senso che la sconfitta di Caporetto e la lotta ideologica del dopoguerra risultano in una leggibilità e in una compattezza ideologica crescenti, riscontrabili in un’aperta difesa del generale Luigi Capello, in una certa problematizzazione dell’avanguardismo e nel ridursi progressivo della tematica artistica ad una riflessione implicita sulla propaganda.
Comments